2024.2833
THEMA
Betalingen en betaalrekeningen, Zichtrekening (algemeen), Volmachten op rekening
ADVIES
Aanwezig:
R. Steennot, voorzitter.
De heren A. Guigui, P D’Haen, E. Van den Haute, J. Vannerom, leden.
Datum: 18 juni 2024
1. KLACHT – CHRONOLOGIE VAN DE FEITEN
De klaagster dient klacht in tegen de bank. De bank weigert een onderhandse volmacht van haar moeder te erkennen waardoor zij niet in plaats van haar moeder haar financiën kan beheren.
Zij wou een bepaald bedrag op de spaarrekening van haar moeder investeren in een-termijnrekening van 1 jaar met 3 % rente, naar analogie met de staatsbon. Zij wou dit doen via bank Live omdat dit gemakkelijker is. Zij werkt elke dag tot zeer laat en kan bijgevolg niet tijdens de gebruikelijke kantooruren naar een bankkantoor gaan om dit te regelen.
Zij heeft reeds enkele jaren een volmacht op de rekeningen van haar moeder en dit werd in 2021 officieel geregistreerd via een overeenkomst van plaatsvertrouwing door de vrederechter. Na contact met bank Live blijkt dat de bank niet vertrouwd is met het concept “overeenkomst van plaatsvertrouwing”. Dit betreft eigenlijk hetzelfde als een zorgvolmacht.
Ondanks deze overeenkomst van plaatsvertrouwing en haar volmacht op de rekeningen van haar moeder mag zij van de bank de betrokken investering niet uitvoeren. Zij wil geen 50.000 EUR van de rekening halen maar zij wil dit bedrag voor haar moeder beleggen met de zekerheid dat dit nog 2,10 % netto opbrengt na 1 jaar. Dit is dus enkel in het voordeel van haar moeder.
Zij begrijpt niet wat het nut van een zorgvolmacht is als een grootbank dit niet erkent en haar moeder alsnog zelf het order voor betrokken investering zou moeten geven.
Zij heeft contact genomen met het vredegerecht in Tongeren om hun standpunt te vragen. Uit het antwoord van de vrederechter blijkt dat het wel degelijk gaat om een lastgeving in de zin van artikel 490 B.W. die op deugdelijke wijze door de griffie werd geregistreerd op 23 juni 2021. De vrederechter ziet dus geen enkele reden waarom de bank dit zou weigeren.
2. STANDPUNT VAN DE BANK
Cliënte klaagt dat de bank een onderhandse volmacht (overeenkomst van plaatsvertrouwing) vanwege haar moeder niet aanvaardt. Zij stelt dat zij over een rechtsgeldig document beschikt dat haar de toelating zou geven om de financiën van haar moeder in haar plaats te beheren.
De bank bevestigt haar standpunt van 27 maart 2024. De onderhandse overeenkomst van plaatsvertrouwing is niet hetzelfde als een notariële volmacht. Op basis van haar algemene bankvoorwaarden kan de bank helaas geen onderhandse (= niet-notariële) zorgvolmachten aanvaarden, omdat er geen controle mogelijk is op de wilsbekwaamheid van de partijen op het moment van ondertekening. Een legalisatie door de gemeente van de handtekening bevestigt wel de identiteit van de personen op het moment van ondertekening maar niet hun bekwaamheid op dat moment. Bij notariële zorgvolmachten gebeurt die controle door de notaris.
Voor de bank is het cruciaal dat de bank absolute zekerheid heeft over de wilsbekwaamheid van de lastgever. Dit wordt niet in acht genomen in de mail van de vrederechter. Als hierover geen absolute zekerheid is, kan dit mogelijk verregaande gevolgen hebben.
Als alternatieve oplossing kan de bank de bank-Beschermingsvolmacht aanbieden. Deze valt te vergelijken met een zorgvolmacht, maar moet altijd ondertekend worden in het bijzijn van een bankkantoormedewerker. Deze is wel enigszins beperkt omdat het logischerwijze enkel tegoeden bij de bank zelf betreft.
De bank besluit dat zij het recht heeft/had om verrichtingen door de klaagster (voor haar moeder) te weigeren op basis van de onderhandse overeenkomst van plaatsvertrouwing.
3. ADVIES VAN DE EXPERTEN
Feitelijke voorgaanden
1. Op 14 mei 2021 heeft de tweeëntachtigjarig moeder een onderhandse “Overeenkomst van plaatsvertrouwing – Lastgeving voor buitengerechtelijke rechtsbescherming van art. 490 van het Burgerlijk Wetboek” ondertekend met haar dochter. Deze laatste werd, luidens de overeenkomst, aangeduid als lasthebber. De bevoegdheden van de lasthebber omvatten luidens artikel 5 zowel de dagen van beheer als de daden van beschikking met uitzondering van daden van beschikking om niet. De handtekening van de moeder werd op 28 mei 2021 door gemeente Borgloon gelegaliseerd. Op 4 juni 2021 werd de overeenkomst geregistreerd bij het Vredegerecht van het kanton Tongeren. Het certificaat van registratie werd hier niet aan het dossier toegevoegd maar gelet op de standpunten van de partijen moet worden aangenomen dat de rechtsgeldige registratie in casu niet ter discussie staat.
2. Via de bank Live wilde de klaagster, binnen het kader van de toegestane volmacht, een deel van het spaargeld van haar moeder beleggen in een éénjarige termijnrekening met 3% rente. Deze belegging werd echter geweigerd door de bank. Op 7 maart 2024 stuurt zij een klacht naar de klachtendienst van de bank waarin zij de beslissing van de bank betwist. In een schrijven van 27 maart 2024, stelt de Bank dat, luidens de algemene bankvoorwaarden (artikel, “onderhandse (=niet-notariële) zorgvolmachten” niet kunnen worden aanvaard. De bank rechtvaardigt dit met de bewering dat bij onderhandse zorgvolmachten geen controle mogelijk zou zijn op de wilsbekwaamheid van de partijen op het moment van ondertekening. Wel biedt de bank aan om een onderhandse bank-beschermingsvolmacht te ondertekenen in aanwezigheid van een bankmedewerker.
3. De klaagster dient een klacht in bij Ombudsfin. Op verzoek van deze laatste beantwoordt de bank een aantal vragen maar blijft bij haar initieel standpunt.
Juridische analyse
4. Niettegenstaande de ongebruikelijke benaming van “Overeenkomst van plaatsvertrouwing” is het duidelijk dat het hier een lastgeving voor buitengerechtelijke rechtsbescherming overeenkomstig artikel 490 van het oud Burgerlijk Wetboek betreft, oftewel een zogenaamde zorgvolmacht. Deze kwalificatie wordt trouwens niet door de bank betwist.
5. Het probleem betreft hier de vraag in welke mate dergelijke zorgvolmacht tegenstelbaar is aan de bank, mede gelet op de bepalingen van haar algemene voorwaarden.
6. Overeenkomstig artikel 490 van het oud Burgerlijk Wetboek wordt de zorgvolmacht “geregistreerd in het centraal register dat wordt bijgehouden door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat. Het verzoek tot registratie gebeurt door de neerlegging van een voor eensluidend verklaard afschrift van de overeenkomst ter griffie van het vredegerecht van de verblijfplaats van de lastgever en subsidiair van zijn woonplaats, of door tussenkomst van de notaris die de lastgevingsovereenkomst heeft opgesteld”. Deze formaliteit werd in casu nageleefd en de zorgvolmacht werd, ingevolge het P.V. van 4 juni van het vredegerecht van het kanton Tongeren overeenkomstig artikel 490 oud Burgerlijk Wetboek geregistreerd. Er zijn, luidens het burgerlijk wetboek, geen andere formaliteiten vereist voor de tegenstelbaarheid van de zorgvolmacht aan derden.
7. De bank stelt echter dat de formaliteit die door de wet wordt voorgeschreven onvoldoende garanties zou bieden omtrent de wilsbekwaamheid van partijen en beroept zich derhalve op artikel I.12 van de Algemene Bankvoorwaarden, luidens dewelke “Het verlenen van een algemene of bijzondere volmacht gebeurt door het invullen en ondertekenen van een volmachtdocument door de volmachtgever(s), en desgevallend de volmachthebber(s), of via de geëigende digitale kanalen voor bankieren op afstand, in de vorm en volgens de voorwaarden die de bank bepaalt. Als er meerdere volmachtgevers zijn, heeft de bank het recht om te eisen dat alle volmachtgevers het volmachtdocument hetzij uitsluitend digitaal/, hetzij uitsluitend manueel tekenen. De bank heeft het recht hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk, geen rekening te houden met volmachten die niet zijn gesteld op documenten van de bank, die niet in het bijzijn van een aangestelde van de bank werden ondertekend of die niet via de geëigende kanalen voor bankieren op afstand werden gegeven".
De bank meent dus dat artikel I.12 ook van toepassing zou zijn op zorgvolmachten, niettegenstaande het feit dat deze bepaling enkel algemene of bijzondere volmachten in het algemeen viseert. Artikel I.12 bepaalt de vorm en de voorwaarden voor volmachten. Voor het College van Experten kan deze bepaling geen betrekking hebben op zorgvolmachten. De vorm en de voorwaarden van zorgvolmachten worden immers door de wet bepaald, onder artikel 490 oud Burgerlijk Wetboek en volgende. Deze bepalingen zijn van dwingend recht in de mate dat zij de belangen van de lastgever beogen te beschermen (vandaar ook de omschrijving “buitenrechtelijke bescherming”) en van openbare orde in de mate dat zij de bevoegdheden van en de procedure voor de vrederechter bepalen. De algemene bankvoorwaarden kunnen hier niet van afwijken en de buitengerechtelijke bescherming aan andere vormvoorwaarden onderwerpen, zoals bijvoorbeeld het gebruik van volmachten op documenten van de bank of de ondertekening in het bijzijn van een aangestelde van de bank. De bevoegdheid om eventueel bijkomende vormvereisten op te leggen, in het belang van de lastgever, ligt uitsluitend bij de vrederechter, zoals moge blijken uit artikel 490/2, § 2, oud Burgerlijk Wetboek, luidens hetwelk de vrederechter, desgevallend, bijkomende vormvereisten kan opleggen. Artikel I.12 kan dus geen betrekking hebben op zorgvolmachten: er anders over oordelen zou noodzakelijkerwijze moeten leiden tot de nietigheid van deze clausule wegens miskenning van bepalingen van dwingend recht en van openbare orde. Noch de bepalingen van het gemene recht (art. 1984-2010), noch de bepalingen inzake buitengerechtelijke bescherming (art. 490 e.v.) vereisen trouwens een notariële akte om de wilsbekwaamheid van de lastgever te kunnen vaststellen.
8. De bank gaat ervan uit dat er een risico bestaat dat de lastgever, op het ogenblik van de lastgeving, wilsonbekwaam was. Enkel de vrederechter is echter bevoegd om, desgevallend, de wilsonbekwaamheid van de lastgever vast te stellen tijdens de duur van de zorgvolmacht (art. 490/1, § 2). De stelling van de bank volgen zou ertoe leiden dat het systeem van de buitengerechtelijke bescherming in grote mate zou worden uitgehold en de beschermende rol die de wetgever voor ogen had niet meer zou kunnen spelen.
9. Het College van Experten besluit daarom dat de bepaling van artikel I.12 van hogergenoemde algemene voorwaarden, die gebruikelijk is met het oog op een zekere standaardisering van volmachten, wellicht rechtmatig is in de mate dat deze bepaling betrekking heeft op algemene of bijzondere volmachten, doch niet, op geldige wijze, van toepassing kan zijn op zorgvolmachten. In de mate dat artikel I.12 ook zorgvolmachten zou omvatten, moet besloten worden dat deze bepaling onrechtmatig zou zijn.
De weigering van de bank om rekening te houden met de zorgvolmacht is dan ook onterecht.
4. BESLUIT VAN DE OMBUDSMAN
Ombudsfin sluit zich aan bij het standpunt van de experten en vraagt de bank om binnen een termijn van één maand te reageren op dit advies.