Vorige

Diefstal bankkaart tankstation.

2008.1065

 

THEMA

 

Diefstal bankkaart tankstation.

 

ADVIES

 

Aanwezig :


De heren A. Van Oevelen, voorzitter;

 

Mevrouw L-M. Henrion, plaatsvervangend voorzitter

 

De heren F. de Patoul, P. Drogné, N. Claeys, R. Jonckheere, Cl. Louis, leden.

 

Date : 28 oktober 2008

 

I. DE FEITEN, HET VOORWERP VAN DE BETWISTING EN DE STANDPUNTEN VAN DE PARTIJEN

 

Op 28 november 2007 bevindt verzoeker zich aan een tankstation. Een personenwagen met een jongeman aan het stuur en een jongedame, komen langs hem rijden, met de vraag of verzoeker hen wil helpen door aan het tankstation zijn bankkaart te gebruiken zodat zij voor 10,00 EUR kunnen tanken, daar zij zelf geen tankkaart op zich hadden. De jongedame geeft meteen het bedrag in cash.

 

Verzoeker wil hen graag uit de nood helpen en heeft geen argwaan. Tijdens de tankbeurt blijft de jongedame blijkbaar in de buurt van verzoeker. Bij het beëindigen van de beurt spreekt de jongeman hem aan vanachter het stuur, terwijl verzoeker nog steeds aan het toestel van Bancontact staat. Daarna neemt hij zijn kaart terug.

 

Pas de volgende morgen, bij gelegenheid van een boodschap, stelt verzoeker vast dat hij niet kan betalen met Proton. Hij begeeft zich naar zijn bank, waar vastgesteld wordt dat hij een gestolen en geblokkeerde kaart heeft in plaats van zijn eigen bankkaart. Ondertussen werden meerdere afhalingen van zijn rekening gerealiseerd voor een totaalbedrag van 1602.17 EUR.

 

Verzoeker heeft onmiddellijk aangifte gedaan bij de politie en klacht neergelegd tegen onbekenden. Hij stelt dat hij niets verkeerd heeft gedaan, niet op de hoogte was van de omwisseling van de kaart noch van het noteren van zijn code. Hij vraagt dan ook de terugbetaling van de geleden schade.

 

De bank weigert deze schadevergoeding, er op wijzend dat verzoeker zijn kaart onbeheerd heeft achtergelaten, waardoor zij kon omgewisseld worden. Verder stelt zij dat de fraudeurs vanaf hun eerste poging de juiste code gebruikten; dit wijst erop dat zij ofwel in het bezit waren van zijn code of in staat geweest zijn deze te noteren tijdens het intoetsen.

 

II. ADVIES VAN HET BEMIDDELINGSCOLLEGE

 

Volgens artikel 8 van de wet van 17 juli 2002 dient de bank het bewijs te leveren van de grove nalatigheid van de kaarthouder, waardoor misbruik kan gemaakt worden van de kaart. Het eenvoudige vermoeden van enige onoplettendheid is niet voldoende. Het enkele feit van het gebruik van de juiste code is op zichzelf niet voldoende om tot aansprakelijkheid van de kaarthouder te leiden.

 

Het College is van mening dat op geen enkele wijze is aangetoond dat verzoeker zijn kaart onbeheerd zou achtergelaten hebben of aanleiding gegeven heeft tot het verkrijgen van de code.

 

Veeleer wijzen de omstandigheden erop dat verzoeker het slachtoffer werd van misleiding, in zijn bereidheid als oudere persoon van 75 jaar jongeren te helpen. Dit geldt voor de wijze waarop de code werd genoteerd. Ook bij de omwisseling van de kaart, werd verzoeker misleid en afgeleid door het verzoek vanwege de bestuurder; er wordt echter niet aangetoond dat verzoeker zijn kaart onbeheerd zou achtergelaten hebben.

 

Het College oordeelt dat verzoeker geen zware nalatigheid kan ten laste gelegd worden en nodigt de bank uit de opgelopen schade te vergoeden.

 

III. BESLUIT

 

De klacht is ontvankelijk en gegrond.

 

Het College verzoekt de bank de rekening van verzoeker te crediteren met het bedrag van 1.602,17 euro, verminderd met de franchise van 150 euro.

 

De bank heeft het advies van het College niet gevolgd.