Avis du collège
2017
Investissements, fonds de pension et titres – Achat et vente de titres – Autres – Plusieurs types d’instruments financiers ou plusieurs problématiquesLire plusLa requérante, avocate retraitée, et son fils, juriste au sein du secteur des assurances, ouvrent, chacun à titre personnel, un compte-titre auprès de la banque, respectivement en avril et août 2011. En août 2016, la requérante donne à son fils une procuration générale sur son compte-titre personnel. A l’occasion de ces ouvertures de compte, les formalités d’usage sont remplies, en ce compris la réponse par chaque titulaire à un questionnaire valant test de connaissances et expériences en matière d’investissement sur instruments financiers (appropriateness test tel que prescrit par MiFiD dans le cadre de comptes « execution only »).
Paiements et comptes de paiements – Cartes – Opérations contestéesLire plusLe 7 octobre 2016, vers 11h35, La requérante s’est rendue au Delhaize, Place du Droit 1, à 1070 Anderlecht, pour y faire ses courses. Au moment de passer à la caisse, une dame et son enfant se sont approchés d’elle. Ils sont restés près de la requérante jusqu’à ce qu’elle ait exécuté le paiement par carte bancaire, à 11h50. Il s’agit du dernier paiement non contesté, la requérante soupçonne la dame et son enfant de lui avoir volé sa carte de banque après avoir épié son code. Elle est, ensuite, rentrée directement chez elle et n’est plus ressortie car elle se sentait mal.
A partir de 22h56 ce jour-là, les escrocs ont réalisé, à l’aide de la carte de la requérante, une série d'opérations contestées.
Crédits hypothécaires – Exécution du contrat – DécompteLire plusEn 2000, l’épouse du demandeur a ouvert un commerce pour lequel le demandeur a financé la garantie locative auprès de la banque. A la même époque, il avait également un crédit hypothécaire en commun pour leur habitation.
Le demandeur a divorcé en 2005 et a décidé de vendre la maison. Le notaire s’est chargé de la vente et a demandé un décompte à la banque de manière à clôturer le prêt en cours. Environ 4 mois après la clôture de ce prêt, la banque a transmis un courrier en signalant que la banque avait fait une erreur dans le calcul du solde. La banque lui demandait de verser un montant d’environ 4.000 euros.
En 2007, son ex-épouse est décédé.
Suite à un extrait de compte annuel, le demandeur a constaté l’existence de cette garantie bancaire, toujours bloquée suite au fait que les documents n’avaient jamais été remis pour la libération.
Il a alors entrepris les démarches pour la libération de la caution et début 2016, le dossier étant complet, la caution a pu être libérée et le montant de 500 euros versé au propriétaire.
Dans le courant du mois de mars, il a reçu un extrait bancaire indiquant que le compte avait été liquidé et que le montant restant, soit 1.331,42 euros avait été pris par la banque et cela sans son accord.
Le demandeur s’adresse à Ombudsfin afin de clarifier la situation. Enfin, il estime qu’il n’est ni logique, ni légal qu’un organisme financier puisse prendre de l’argent sur le compte d’une personne sans son accord préalable.
Beleggingen, pensioenfondsen en effecten – Pensioenfondsen/pensioensparenIn 2008 opende verzoekster een rekening bij de bank. In 2012 opende zij een pensioenspaarrekening bij de bank. In 2014 is zij naar Zwitserland verhuisd. Zij heeft de bank hiervan onmiddellijk op de hoogte gebracht. De bank heeft haar per mail op 23.04.2014 meegedeeld dat ze de pensioenspaarrekening verder bij de bank mocht aanhouden. In 2016 heeft de bank verzoekster met mail van 20.10.2016 meegedeeld dat zij de pensioenspaarrekening niet langer bij haar kon aanhouden. De bank vraagt dat zij de rekening naar een andere bank in België overdraagt, anders dient het pensioenspaarfonds verkocht te worden waardoor er 33% aan taks wordt ingehouden. Dit laatste wenst verzoekster uiteraard te voorkomen. Verzoekster heeft geprobeerd een pensioenspaarrekening te openen bij een andere Belgische bank om het fonds te kunnen overdragen, maar zonder succes. Elke bank heeft haar bevestigd dat ze geen pensioenspaarrekening kunnen openen omdat verzoekster buiten de Europese Unie gedomicilieerd is. De wettelijke vereisten om een pensioenspaarrekening te openen zijn blijkbaar dat men een fiscaal rijksinwoner van België is of inwoner van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER) en dat men Belgische inkomstenbelasting verschuldigd is. Verzoekster is niet bereid om te tekenen voor de verkoop van de pensioenspaarrekening.Lire plus
Paiements et comptes de paiements – Compte à vue (généralités) – Conditions générales (généralités)Le requérant demande en novembre 2016 la clôture de tous ses comptes ouverts auprès de la banque ainsi que le remboursement de ses parts de coopérateur. Le système de remboursement des parts sociales lui est expliqué et il communique un compte auprès d'une autre banque pour que le remboursement du capital et le paiement du dividende puisse avoir lieu en temps voulu. Au cours de l'année 2017, le requérant reçoit des rappels de la banque et ensuite une lettre de mise en demeure le 17 juillet, aux termes de laquelle la banque réclame l'apurement du solde débiteur de 46,54 EUR présenté par le livret du requérant. Le requérant ne comprend pas que son livret puisse être encore ouvert puisqu'il l'a clôturé et encore moins qu'il puisse présenter un solde débiteur. Dans son esprit, toute relation avec la banque a été résiliée, hormis le remboursement des parts encore à intervenir et il n'est pas redevable du solde débiteur de son livret.Lire plus
Crédits hypothécaires – Exécution du contrat – Enregistrement BNBLire plusLe demandeur s’est rendu en décembre 2015 pour procéder à l’actualisation de son identification auprès de trois institutions financières où il est titulaire de comptes. Deux d’entre elles ont simplement effectué une lecture de votre carte d‘identité et la troisième lui a demandé de signer un document d‘identification dans lequel il consent au traitement de ses données personnelles et au Règlement Général des Opérations.
Le demandeur estime que ce consentement dépasse l’obligation d’identification de ses données personnelles et qu’en lui faisant signer ce document, la banque s’attribue des droits exclus ou fortement réglementés par la loi.
Le demandeur souhaite savoir s’il est obligé d’accepter de signer ce document dans le cadre de l’obligation d’identification et si cette clause octroie des droits exclus ou fortement réglementés par la loi.
Beleggingen, pensioenfondsen en effecten – Aan-/verkoop van effecten – Andere (bv. Loket) – AandelenLire plusDe klacht van de verzoeker betreft 2 soorten aandelen, op effectenrekening, waarover hij eind oktober 2016 een brief ontving van de bank. De brief had als titel: “Stopzetting handel op US OTC-markt. Wat zijn de gevolgen voor uw aandelen?”
Voor de aandelen van de verzoeker, die nog een notering hadden, waren er 2 opties tot 9 december 2016: ze zelf proberen te verkopen ofwel ze laten transfereren naar een andere financiële instelling die deze effecten nog zou aanvaarden.
Op 23 november 2016 had de verzoeker een afspraak op kantoor. Toen bleek een verkoop al niet meer mogelijk te zijn. Voor de andere optie, een transfer, was het gezien de korte overbruggingsperiode, te laat.
In een tweede brief van de bank van 12 december 2016 (persoonlijk aan de verzoeker gericht), legde de bank nogmaals uit waarom de handel werd stopgezet. De bank informeerde dat ze zou proberen de aandelen gegroepeerd te verkopen in januari – februari 2017.
De verzoeker zag ondertussen dat de waarde van het aandeel Generex gestegen was en hij vroeg een compensatie aan de bank.
Op 21 januari 2017 werden zijn effecten blijkbaar weggeboekt. De bank heeft de effecten niet kunnen verkopen.
Waar de verzoeker een probleem mee hebt, is het gegeven dat hij tijdig heeft gereageerd en dat er toch niets meer kon worden gedaan. Hij heeft geen aangepaste ondersteuning gekregen, noch van het kantoor, noch van de hoofdzetel. Hij is nu wel zijn geld kwijt.
Beleggingen, pensioenfondsen en effecten – Aan-/verkoop van effecten – Andere (bv. Loket) – AandelenLire plusBegin november 2016 kreeg de verzoeker een brief van de bank waarin vermeld stond dat de bank niet meer verder zal handelen in de US OTC-markt daar haar broker in Amerika dat stopzet.
De verzoeker kreeg de mogelijkheid om zijn effecten gratis over te dragen naar een andere bank of ze te proberen te verkopen voor 9 december 2016. Hij heeft gekozen voor de eerste optie en droeg de betrokken effecten over naar een andere bank. Telefonisch werd hem geïnformeerd dat de transfer 6 à 8 weken kon duren. Ongeveer de helft van de effecten is met succes overgeplaatst. De overige effecten konden niet worden getransfereerd, noch worden verkocht gezien de tijdslimiet voor verkoop reeds was overschreden.
De verzoeker begrijpt dat aandelen, die niet meer verhandeld worden, geschrapt en verwijderd worden. Dat begrijpt hij echter niet voor aandelen die wel nog noteren en verhandeld worden. Hij heeft het dan specifiek over 3 aandelen. De transfer was niet mogelijk daar die aandelen bestaan uit een fysiek certificaat.
Normaal ging de bank de aandelen nog proberen te verkopen in januari-februari, maar dat is blijkbaar niet gelukt gezien de aandelen eind januari al weggeboekt waren.
De verzoeker vindt het niet kunnen dat hij maar 1 maand de tijd kreeg om actie te ondernemen. Zeker bij aandelen, wordt gedacht op lange termijn. Hij heeft ze al 7 jaar in bezit en betaalt jaarlijks bewaarloon. Destijds werden ze zonder problemen aanvaard.
De klacht van de verzoeker betreft ook nog een 4de aandeel, een nano cap (te kleine waarde) die niet meer verhandeld wordt door de bank. De transfer hiervan lukt ook niet. Begin februari was er een vraag van 0,05 en een bod van 0,01. Hij heeft er 330.995 in portefeuille wat op dat ogenblik toch minimum een waarde van 3.300 USD betekende.
De verzoeker zou graag verkrijgen van de bank dat ze hem een vergoeding geeft voor de effecten of dat ze de effecten terugplaatst zodat hij ze zelf kan verkopen binnen een redelijke termijn. In zijn dossier gaat het toch om een groot bedrag.
Een andere oplossing zou er ook kunnen in bestaan dat de bank toegevingen doet op vlak van zijn professioneel krediet (renteherziening, beperking funding loss).
Crédits hypothécaires – Exécution du contrat – Enregistrement BNBLire plusLe demandeur a introduit en août 2013, auprès de la banque une demande de crédit hypothécaire pour un bullet de 180.000 euros en 36 mois dans le cadre d'une opération immobilière portant sur un bien privé à Jette. Le but du crédit est de payer les honoraires du géomètre et de l'architecte, les frais de commercialisation du projet et de constituer des liquidités pour 12.000 euros. Le bullet est garanti par une hypothèque sur le bien concerné par l'opération et sera remboursé par la vente de ce bien.
Le demande de crédit et l'offre de la banque font référence à la loi sur le crédit hypothécaire du 4 août 1992 mais l'acte d'avance de 180.000 euros, qui est annexé à l'acte authentique du 12 septembre 2013, prévoit l'application conventionnelle de la loi du 12 juin 1991 sur le crédit à la consommation. Le terme du crédit est fixé au 12 septembre 2016, date à laquelle capital et intérêts doivent être remboursés, pour un total de 239.253,45 euros.
En date des 18 mars 2016 et 18 mai 2016, la banque adresse deux lettres au demandeur lui rappelant les montants à payer à l'échéance du 12 septembre 2016, et le 14 juillet 2016, elle envoie par recommandé un nouveau rappel concernant ladite échéance, avec indication des conséquences du non-paiement. Le texte de ce “rappel", bien que sans référence explicite à la loi sur le crédit hypothécaire, en reprend les termes de l'article 45 et évoque un intérêt de retard de 0,50 %.
Le 12 septembre 2016, jour même de l'échéance, le crédit fait l'objet d'un enregistrement pour défaut de paiement à la Centrale des crédits aux particuliers, comme prêt à tempérament.
Le demandeur, par l'intermédiaire de son avocat, estime que le crédit bullet de soudure est bien un crédit hypothécaire, que les rappels envoyés avant l'échéance n'ont aucune valeur juridique car envoyés prématurément et que l'enregistrement pour défaut de paiement, intervenu le jour même de l'échéance, est erroné car il ne respecte pas l'article 5, § 1er, 3° de l'arrêté royal du 7 juillet 2002 (enregistrement permis soit lorsqu'un montant échu n'est pas payé pendant trois mois, soit un mois après l'envoi du recommandé prévu par l'article 45 de la loi sur le crédit hypothécaire). Sur cette base, il demande la suppression de l'enregistrement incorrect et la révision du décompte des intérêts et pénalités.
Hypothécaire kredieten – Totstandkoming kredietovereenkomst – Contractsluiting en inhoud van het contractLire plusDe bank heeft in 2015 aan de verzoekster een hypothecair krediet toegekend voor de aankoop van een hoeve voor de bvba waarvan zij zaakvoerster is. De verzoekster werd zelf niet de eigenaar van de hoeve.
Daar het hypothecair krediet werd toegestaan aan een rentevoet van meer dan 9% wilde de verzoekster dit krediet recentelijk laten herfinancieren. Toen vernam zij van de banken tot wie zij zich richtte dat het hypothecair krediet dat toegekend werd niet correct zou zijn, omdat het niet werd toegekend aan een consument die eigenaar werd van het onroerend. Volgens de bankjurist was het krediet ‘nietig’.
Voorgaande werd de verzoekster ook bevestigd door de advocaat die zij raadpleegde. Hij stelt dat artikel I.9.53° WER het hypothecair krediet definieert als “Het krediet bestemd voor het financieren van het verwerven of behouden van onroerende zakelijke rechten, toegekend aan een consument…”. Het toegekende krediet beantwoordt hier niet aan omdat de verzoekster geen onroerend goed verwierf en kan dus niet kwalificeren als een rechtmatig hypothecair krediet.
De verzoekster vraagt dat er nagekeken wordt of het krediet al dan niet correct is en wat zij kan ondernemen.