Avis du collège
2013
Donation – placement à risque avec rente mensuelle – convention de gestion – politique de placement inadéquate.Lire plusLe requérant, accompagné de sa maman, se rend en mai 2007 auprès d’une agence de la banque : une entrevue y est organisée avec le responsable de l’agence et un private banker de la banque afin d’analyser le cadre d’une donation mobilière pour une valeur de l’ordre de 500.000 EUR que la maman envisage de réaliser au bénéfice du requérant, à charge pour ce dernier d’assurer à la donatrice une rente mensuelle de 1.665 EUR.
Le requérant, ainsi que son épouse, sont déjà clients auprès de cette agence bancaire. En 2006 un profil d’investisseur a pu être déterminé sur base de réponses à un questionnaire; les clients y exprimaient, entre autres, le souhait de bénéficier de la garantie totale de leur capital ainsi que d’un rendement connu au préalable, et y privilégiaient aussi un portefeuille composé exclusivement d’obligations. La banque a conclu que le profil d’investisseur des clients était de type LOW avec un horizon d’investissement de minimum 4 ans. Pour la banque, ce profil correspond à un investisseur qui désire accroître son capital tout en prenant des risques limités. La partie sans risque du portefeuille, constituée de titres à revenu fixe en EUR, est complétée par un investissement limité (de 30 à 45%) en actions. Des fluctuations momentanées à la baisse du portefeuille sont possibles.
Opdracht tot domiciliëring niet gegeven – niet-toegestane betalingstransacties.Lire plusVerzoekers, die thans uit de echt gescheiden zijn, zetten in hun brief van 5 februari 2013 uiteen dat hun zichtrekening bij de bank vanaf 7 januari 2004 het voorwerp uitmaakte van een domiciliëringsopdracht ten gunste van de Sint-Michielsbond van de Christelijke Mutualiteit (hierna : CM). Verzoekers zijn weliswaar lid van de CM, maar voeren aan dat zij nooit opdracht hebben gegeven voor deze domiciliëring en hierover ook geen enkel document hebben ondertekend. Zij wijzen erop dat zij, doordat zij lid zijn van de CM en doordat hun dochter in 2003 is geboren, geen argwaan hadden.
Verzoekers zetten voorts uiteen dat zij op 10 januari 2012 vaststelden dat deze opdracht tot domiciliëring niet door hen werd gegeven, maar door een andere persoon. Zij hebben aan de bank dan ook onmiddellijk opdracht gegeven om deze domiciliëring stop te zetten.
Consumentenkrediet – lopende overeenkomsten – toepassing van de wet van 13 juni 2010.Lire plusEind 2012 heeft verzoeker een aanvraag tot schuldbemiddeling bij het OCMW ingediend. In het kader van deze bemiddelingsopdracht heeft het OCMW bij de bank geïnformeerd naar de openstaande schulden van verzoeker.
De bank heeft gemeld dat nog 1.196,49 EUR (op 9 november 2012) openstond. Dit bedrag betreft een geoorloofde debetstand verbonden aan de zichtrekening van verzoeker. Verzoeker deed geregeld beroep op dit “budgetkrediet” (tot 1.240 EUR) dat hem door de bank sinds 2003 was toegekend.
Het OCMW heeft vervolgens om een kopie verzocht van het contract dat aan de basis ligt van het budgetkrediet.
Encaissement de chèques – opposition – formule d’encaissement convertie.Lire plusDans le cadre d’une relation internet, le requérant se voit remettre deux chèques, l’un de € 10.000 et l’autre de € 18.000, tirés sur des comptes ouverts auprès de banques situées à l’étranger. Il lui est par ailleurs conseillé de procéder à l’encaissement de ces chèques par l’entremise de la banque.
Le requérant se présente en début d’après-midi du jeudi 24 novembre 2011 auprès d’une agence de la banque. Il y sollicite l’ouverture d’un compte à vue et procède dans le même temps à la remise pour encaissement des deux chèques; la banque souligne que l’opération d’encaissement nécessitera un délai de minimum 10 à 15 jours.
Il est convenu que le produit de l’encaissement des chèques ne serait porté au crédit du compte du requérant qu’après leur encaissement effectif. Cette procédure de « Crédit après encaissement » est confirmée en toutes lettres sur les deux bordereaux de remise de chèques étrangers établis par la banque au moment de leur remise par le requérant.
Aanvraag om alle rekeningen af te sluiten niet uitgevoerd – diefstal van bankkaarten – verzet bij Card Stop.Lire plusDe verzoeker was cliënt bij bank A. Hij beslist zijn tegoeden over te brengen naar bank B. Hij stuurt volgende mail naar de bank : “Heden hebben we onze gelden geïnvesteerd in vastgoed. Daarom zou ik bij deze willen vragen al onze rekeningen te willen afsluiten. Wilt u zo vriendelijk zijn mij dit te bevestigen.” Hij ontvangt geen enkel antwoord op deze mail. De klager dacht alle kaarten van de bank te hebben kapot geknipt.
Op 15 september 2012 wordt de portefeuille van de klager gestolen in Spanje. Hij doet onmiddellijk verzet tegen de kaarten die hij bezat bij bank B. Vergetend dat hij in zijn portefeuille nog een kaart had uitgegeven door de bank A, doet hij geen verzet bij Card Stop die, van haar kant, de verzoeker niet ondervraagt om te weten of hij eveneens verzet tegen deze kaart wenst te doen. Bij de afrekening van Mastercard, stelt verzoeker vast dat frauduleuze operaties zijn uitgevoerd met de kaart uitgegeven door bank A. Denkend dat hij de rekeningen had afgesloten, ondervraagt hij bank A en verneemt hij dat de afsluiting niet heeft plaatsgevonden. Om een rekening af te sluiten, bepaalt de procedure van kracht bij bank A dat de cliënt ter plaatse het ad hoc formulier moet ondertekenen.
Verzoeker is van oordeel dat de bank een fout heeft begaan door zijn rekeningen niet af te sluiten wat zijn kaart onbruikbaar had gemaakt en meent dat de bank hem moet vergoeden.
Vol de carte – date de naissance – les conditions générales ne se substituent pas à la preuve de la négligence grave.Lire plusLe samedi 10 novembre 2012, la requérante, âgée de 78 ans, se voit dérober son portefeuille.
Elle constate la disparition de son portefeuille lequel contenait sa carte bancaire après avoir regagné son domicile.
Elle appelle Cardstop pour bloquer sa carte, ce qui est fait à 19h02.
Des retraits frauduleux au moyen de sa carte sont opérés, le jour même, à concurrence de 867,09 €. Après un premier essai infructueux en raison de l’introduction d’un mauvais code, un premier retrait a lieu à 18h00. Il sera suivi d’autres retraits, la dernière transaction litigieuse ayant lieu à 19h01.
Elle sollicite l’intervention financière de la banque. Celle-ci refuse.
Overschrijving na opzegging volmacht – zorgvuldigheidsplicht van de bank – termijn voor betwiste verrichtingen.Lire plusVerzoeker is houder van een zichtrekening bij de bank. Uit onderzoek van de bank blijkt dat verzoeker sinds 30 april 2009 beschikte over een online-abonnement waarmee hij te allen tijde toegang had tot zijn rekeninginformatie. Tot 28 mei 2011 ontving hij zijn rekeninguittreksels via dit online-systeem. Als hij ze niet opvroeg, werden deze afschriften binnen drie maanden per post verstuurd. Op 28 mei 2011 werd de verzendafspraak aangepast naar “per post”. Op 14 september 2011 werd dit opnieuw aangepast naar “online”.
In een niet-gedateerde brief aan de cliëntendienst van de bank, aldaar ontvangen op 5 februari 2013, zet verzoeker uiteen dat hij in juni 2011 heeft vernomen dat zijn moeder een volmacht had verkregen op zijn rekening. Hij wijst erop dat zijn moeder deze volmacht heeft verkregen onder het voorwendsel dat hij een zwaar verkeersongeval had gehad en dat hij er erg aan toe was, terwijl hij op de dag van de ondertekening van de volmacht als vrijwilliger bij de landmacht in Leopoldsburg is begonnen. Verzoeker legt er de nadruk op dat hij aan zijn moeder nooit een volmacht op zijn rekening had gegeven en dat hij zich niet kan herinneren dat hij hiervoor ooit een formulier had ondertekend. Op 14 september 2011 wordt de volmacht op naam van zijn moeder beëindigd.
Beleggingsadvies – convertible obligaties – defensief profiel – dynamisch product.Lire plusVerzoekster deelt mee dat zij op 31 maart 2011 op aanraden van de bank voor een bedrag van 20.000 euro intekende op 200 aandelen van het fonds “X”. Het bedrag dat gedebiteerd werd van haar spaarrekening bedroeg 20.250 euro.
Het wordt niet betwist dat verzoekster op 28 september 2009 een defensief risicoprofiel heeft ondertekend, d.w.z. maximum 25% beleggen in aandelen en afgeleide producten. Verzoekster wijst erop dat haar contactpersoon bij de bank dit fonds bij de intekening had voorgesteld als een interessante belegging, namelijk een opbrengst van 3%, met een kapitaalgarantie en die bovendien een coupon betaalde.
Nadat verzoekster in 2011 en 2012 geen enkele opbrengst van dit fonds had gekregen, heeft zij het op 18 januari 2013 verkocht met een verlies van 2.458 euro. Zij is van oordeel dat de bank haar bij deze belegging niet correct heeft geadviseerd, omdat het beleggingsproduct niet beantwoordde aan haar profiel. Het gaat immers om een belegging in een dynamisch fonds die 30,45% van haar effectenportefeuille bedroeg. Zij vraagt dat de bank haar voor dit verlies vergoedt.
Conseil en placement – obligations convertibles – profil d’investisseur médium.Lire plusLe requérant, âgé de plus de soixante ans, Docteur en droit et Licencié en notariat, est un client de longue date de la banque. En décembre 2005, il est procédé à l’établissement de son profil d’investisseur. Un profil de type MEDIUM est retenu à l’appui des diverses réponses apportées par le requérant au questionnaire que lui soumet la banque.
Les caractéristiques principales que la banque associe au profil Medium sont celles d’un investisseur recherchant un certain rendement et acceptant un risque de fluctuations de son capital réparti de manière équivalente en obligations et actions mondiales.
A la date de l’établissement du profil d’investisseur du requérant, son portefeuille avait une valeur de € 126.559 et était composé de 66% d’actions, de 32% d’obligations et de 2% de sicafi.
Dans sa plainte, le requérant soutient ne pas avoir été correctement informé par la banque des risques liés à son investissement. Il reste sur l’impression d’avoir été trompé dès lors que toutes les assurances lui avaient été données qu’il n’y avait aucun danger et que le produit proposé à la souscription était de qualité. Il soutient que si les caractéristiques de l’instrument lui avaient été clairement décrites, il n’aurait pas pris le risque d’y souscrire.
Conseil en placement inadéquat – le calcul du poids du produit litigieux doit se faire au regard des avoirs en compte-titres.Lire plusLe 7 avril 2011, la requérante, alors âgée de 82 ans, procède à un arbitrage de son portefeuille. Elle revend pour cela un fonds d’obligations en euro, pour un montant de 17.356,44 EUR, et souscrit à un fonds d’obligations convertibles à haut rendement pour un montant de 17.106,25 EUR, frais compris.
La requérante reproche à la banque de lui avoir vendu un fonds risqué (risque 4 sur une échelle variant à l’époque de 1 à 6), ce qui était incompatible avec son profil d’investisseur établi en 2007 et qualifié de « conservateur », la requérante souhaitant en effet que son capital soit protégé.